20 juli 2016

Vlekjes

By In heinde 6 min

Ik stond voor een hagelwitte balie in het warenhuis om een pigmentvlekjes verdoezelende foundation te kopen. Achter de balie stond een verkoopster in een doktersjas.
‘Kan ik u helpen?’ vroeg ze.
‘Ik wil graag de foundation nummer 05 neutraal,’ zei ik.
Ze stapte door de klapdeurtjes, en stond naast me.
‘Wanneer kreeg je er last van?’ Ze bracht haar gezicht naar het mijne. Ik was bang dat ze uit de zak van haar doktersjas een loep zou halen. ‘Van die vlekjes?’
‘Oh eh nou,’ zei ik. ‘Ik weet het niet.’
‘Je weet het niet,’ zei ze. Ze schudde meewarig haar hoofd. ‘Je gaat toch wel naar de schoonheidsspecialiste?’
‘Soms,’ zei ik.
‘En heeft niemand er ooit iets van gezegd?’
Als ik klaagde zeiden mijn vrienden dat die vlekjes bij mij hoorden of ze zeiden, kijk naar mij, en daarna begon eenieder over haar eigen vlekjes en plekjes, putjes en puistjes. Vervolgens smeerden we ons nog maar weer eens in met zonnebrandcrème, schoven onze stoel vanuit de schaduw weer in de zon en namen een slok van onze witte wijn.
‘Ik smeer me altijd wel in met factor vijftig,’ zei ik.
‘Met jouw huid,’ zei de verkoopster, ‘zou ik helemaal niet in de zon gaan zitten.’
‘Helemaal niet?’ vroeg ik. Ik voelde dat mijn onderlip trilde. ‘Nóóit meer?’
‘Je moet het natuurlijk zelf weten, maar pigmentvlekjes worden met de jaren alleen maar erger.’
Ik stelde me een zomeravond voor. Met een leeg bord liep ik naar de barbecue in de zon, alwaar mijn vrienden mij met hun gemarineerde vleesspiezen weer de hoek in dreven. De schaduw, dat was mijn plek.
‘Kijk maar eens even in het spiegeltje.’ De verkoopster bukte zich en trok een lade open. Voor ik het wist keek ik naar mijn eigen gezicht.
Ik zag verschikte ogen in een bruin gespikkelde huid, en rode vlekken die zich verspreidden over mijn hals en wangen. Dat ik zó over straat durfde.
‘Ja,’ zei ik. Beschaamd wendde ik mijn blik af. ‘Ik heb het gezien.’
Altijd had ik gedacht dat mijn miserabele liefdesleven, mijn in het slop geraakte carrière en de bijbehorende financiële nood te wijten waren aan mijn karakterologische tekortkomingen, maar nu zag ik in dat de werkelijke oorzaak van mijn misère mijn vlekjes waren.
‘Ik weet wel dat ik last heb van pigmentvlekken en littekens en zo,’ zei ik.
‘Er is een oplossing,’ zei de verkoopster. ‘We hebben namelijk een speciale lijn ontwikkeld voor probleemhuidjes als die van jou.’
Ze zette een stap opzij. Op de balie stond een serie producten met glanzende doppen. Een voor een plaatste ze de flesjes en tubes naar voren; scrubcrème, gezichtsreiniger, tonic, serum, dagcrème, nachtcrème en een masker.
‘Totale bestrijding,’ zei ze. ‘Regelmatig gebruik van deze intensief reinigende en revitaliserende regenererende essentiële exfoliërende diep in de opperhuid werkende producten resulteert in een gezonde stralende vlekkeloze huid.’
‘Wat mag dat kosten?’ vroeg ik.
‘Vierhonderdachtennegentig euro,’ zei ze. ‘En vijftig centjes.’
‘Krijg ik er dan wel een cadeautje bij?’ vroeg ik.
‘Dit is een cadeautje,’ zei ze. Ze tikte op de glanzende dop van een tube. ‘Een cadeautje voor je huid.’
‘Oh eh nou,’ zei ik. Voor dat geld kon ik ook mijn opperhuid laten wegschrapen bij een kliniek en er een babyhuidje op laten plakken. Of ik kocht tien flessen zonnebrandcrème en een mandje vol flessen witte wijn, te savoureren in zon of lommer.
‘Gun jezelf én je huid het beste,’ zei ze.
‘Weet u, laat maar,’ zei ik. ‘Al die tubes passen toch niet op mijn kaptafeltje. En u moet natuurlijk zélf weten dat u de hele dag binnen in een klinisch wit jasje onder het ledlicht uw producten aanprijst, maar ik heb ook nog een búítenleven, dus ik houd het bij zonnebrandcrème factor vijftig en bij mijn rood gevlekte en bruin gespikkelde probleemhuidje, waarin mijn roze gestifte lippen toevallig ontzettend goed uitkomen, dus bemoei je met je eigen zaken. Spook.’
Maar dat zei ik toen ik naar huis fietste, in de zon.