4 december 2016

Kring

By In verre 4 min

Ineens stond ik, midden in een tuin op een Vietnamees eiland, midden in een kring Nederlanders. Er hing een restje ruzie, ik ving nog net op dat ze een ‘chickie uit de kring hadden gekickt’.
‘Hi,’ zei ik.
‘Hihi,’ zei de kring.
Ik nestelde me in een hangmat en opende mijn boek. Op de kaft prijkte in grote letters een Engelse titel. Zoveel was duidelijk; ik was het Nederlands niet machtig en van dit chickie hadden ze niets te vrezen.
Vanachter mijn zonnebril beloerde ik de groep. De kring bestond uit zo’n vijftien deelnemers van een georganiseerde reis. In het midden zat een meisje op de rand van de tafel. Ze bungelende met haar mooie bruine benen, waarop het mannelijk gezelschap af en toe een blik wierp, en daarop reageerde zij door haar hoofd naar achteren te werpen en haar mooie lange haren over haar schouders naar achteren te slingeren.
Een veertiger wiegde zijn vrouw in een hangmat heen en weer. Een dame bladerde door een tijdschrift, een ander las een boek. Mannen kaartten aan een salontafeltje. Zweet druppelde uit voorhoofden, benen en armen. Af en toe klonk het gesis van een blikje cola dat opengetrokken werd. In de hoek sloeg de koelkast aan.
Er werden nog een aantal onzuivere zinnen aan het chickie gewijd. Daarna ging het gesprek over op de mooiste gebouwen in de mooiste provincies van Nederland.
‘Het gemeentehuis in Slochteren.’
‘De aardappelfabriek in Beetsen.’
De Veluwe kwam voorbij, de Zaanse streek, het Limburgse heuvellandschap.
‘Keimooi,’ zei een vrouw met rode krullen.
‘Weet je wát mooi is?’ zei de veertiger. En hij keek over het randje van zijn zonnebril naar het meisje met de lange benen en het lange haar. De hangmat waar zijn vrouw in lag piepte zachtjes onder het gewieg.
‘Nou?’ zei zijn vrouw kribbig.
‘Het Maas-Waalkanaal,’ zei hij.
‘Het Maas-Waalkanaal ligt vol met plastic en lege blikjes, Bert.’ Met haar tenen zette ze hard af van de vloer. De haken van de hangmat knarsten. ‘Het Maas-Waalkanaal is ongelooflijk smérig.’
Zo dadelijk zou het volgende chickie uit de kring gekickt worden. En vanavond zou door de schotten heen het geluid van demonstratief zuchten klinken. Ik zag je heus wel kijken naar die sloerie, zou zij zeggen, waarop hij zou antwoorden, schat, alsjeblieft, we zijn toch gezellig op vakantie met z’n tweetjes, en zij, hoe bedoel je, met z’n twéétjes, en dan hoorde je het opschudden van een kussen, en daarna zou ze zeggen, en ik ga nóóit meer mee met een groepsreis, en dan zou hij in haar oorlelletje bijten en zouden ze het goedmaken, zachtjes, want het enige dat hun bed scheidde van dat van de buren was een dun schotje van spaanplaat.
Het meisje met de lange benen schoof het spaghettibandje van haar bikini naar beneden, en smeerde haar schouders uitgebreid in met zonnebrandcrème. De ventilator verspreidde de geur van kokos over de veranda.
‘Zonnebrandcrème?’ vroeg de vrouw vinnig. ‘In de scháduw?’
Bert plukte aan een rafel van de hangmat. Het meisje zei niets.
‘Volgens de planning gaan we zo dadelijk fietsen,’ zei een man.
‘Wé?’ zei de vrouw.
De man trok zijn wenkbrauw op. Een vrouw zat met haar been opgetrokken op een stoel en inspecteerde haar rood gelakte nagels. Er werden vluchtig kaarten op tafel gelegd, en heimelijke blikken uitgewisseld. Het meisje keek naar Bert. Bert keek naar het stukje grond tussen zijn voeten.
‘Zo.’ Het meisje klikte het dopje dicht en zette de zonnebrandcrème naast zich neer op tafel. ‘Hèhè.’
Bert kneep met zijn linkerhand het lege bierblikje in elkaar en liep naar de koelkast, waarbij hij met zijn onderarm de schouder van het meisje raakte.
‘Kolere zeg hé, wat een hitte,’ zei iemand.
Ik zei niets. Ik keek wel uit. Voor ik het wist werd ik uit de kring gekickt.