20 oktober 2017

De oren van de wolf

By In verre 4 min

Ay, Dios!‘ riep de vrouw uit. ‘Gezegend zij het water!’ Ze sloeg haar ogen ten hemel, waar de sluizen waren opengezet zodat de straten nu veranderden in kanalen waar autootjes doorheen vaarden.
Ik stond naast haar voor het zebrapad, of wat er van over was. Enigszins verdwaasd keek ik naar de stortbui; zo overtuigd was ik van zon en droogte in Malaga dat ik voor vertrek niet eens naar de weersvoorspelling had gekeken. Ik trad Andalusië tegemoet in een T-shirt, een zomerbroek en op slippers. Mijn regenjas lag diep weggestopt in mijn koffer tussen boeken en bikini.
Por fin!‘ jubelde ze.
Onder de paraplu was haar permanentje intact gebleven, haar handtas droog. Alleen de punten van haar schoenen hadden een paar druppels opgevangen. Over mijn rug liep het water in slootjes naar beneden, mijn tenen dreven in mijn slippers.
‘Lieverd, we hebben een zómer gehad. Zes maanden zonder regen. Maar nu kunnen we eindelijk weer een jas aan,’ zei ze. Haar ogen glinsterden. ‘En chupitos drinken.’
Het licht sprong op groen. Ze nam een duik en zwom de rivier over. Ik kreeg sterk de indruk dat ze thuis direct een fles likeur zou opentrekken om deze stortbui te vieren.

De volgende dag las ik in een café de krant. De regen was voorpaginanieuws. In Malaga was in een etmaal negenentwintig liter per vierkante meter gevallen, stond er in vetgedrukte cijfers. Treinen hadden stilgestaan, elektriciteit was uitgevallen en de riolen waren overgelopen waardoor er in het centrum smerige luchtjes hadden gehangen. Buiten de stad hadden de olijfbomen gulzig het water opgezogen, maar toch, de landbouwers vertrouwden het niet; ze hadden las orejas del lobo gezien, de oren van de wolf.
Ik dacht aan Roodkapje, aan de grote boze wolf, een kanten kapje waar oren uit staken. Maar volgens het woordenboek was de uitdrukking afkomstig uit een ander verhaal: er was eens een laffe jager die op jacht ging. Terwijl hij met zijn geweer door de bossen liep, zag hij tussen de boomstammen ineens grijze harige oren. Bij thuiskomst zei hij tegen zijn vrouw dat hij een wolf had gesignaleerd. In werkelijkheid had hij alleen de oren gezien, maar toch: hij was
gewaarschuwd.
De landbouwers hadden ook wolfsoren gezien: de droogte. Door deze ene stortbui, zeiden ze, was de droogte van de afgelopen drie jaar nog niet opgelost, en in de toekomst zou het alleen maar erger worden. Tot vlak voor de stortbui was het water in de stuwmeren tot ver onder het minimum gezakt, en het meer van La Viñuela, het belangrijkste reservoir voor de toevoer van water voor landbouwgebieden in de regio van Malaga, leverde onvoldoende water. Sommige landbouwers waren de afgelopen jaren al overgestapt van de avocado naar de mango, want die vrucht leverde meer kilo’s op en had bovendien minder water nodig. Maar, zeiden de landbouwers, de regering moest dringend maatregelen treffen om het chronisch gebrek aan water tegen te gaan, want de verwoestijning rukte op. En ik dacht: het kunnen tóch heel goed de oren van de grote boze wolf geweest zijn die de landbouwers hebben gezien.