20 februari 2018

Ramptoerist

By In verre 8 min

Op een middag in 2010 komt Juana Escudero Lezcano, geboren op 11 september 1963, inwoner van Alcalá de Guadaíra (Sevilla), met nierkolieken bij haar huisarts, die, nadat hij haar Spaanse burgerservicenummer in het computersysteem van het ziekenfonds heeft ingevoerd om haar medische gegevens op te halen, tegen haar zegt: “U bent dood”.
Ik lees het nieuws in mei 2017 in een Spaanse krant. Op internet ga ik op zoek naar oude artikelen om het leven van Juana te reconstrueren. Ik ben een digitale ramptoerist; ik vreet de letters van haar naam, ik verslind teksten over haar dood. Maar ik vertel niemand over mijn obsessie. Ik schaam me voor mijn bloeddorstige nieuwsgierigheid en mijn honger naar sensatie, verachtelijke trekjes die ik toeschrijf aan anderen, mensen die met de camera op hun smartphone gretig inzoomen op een dodelijk verkeersongeluk en de video op Facebook plaatsen.
Zodra Juana genezen is van haar nierkolieken, belt ze naar het ziekenfonds om te vragen waarom ze als dood geregistreerd staat. Een medewerker zegt dat haar overlijden het gevolg is van een fout in het systeem – heel vervelend, mevrouw, maar geen zorgen, u zal spoedig weer in leven zijn. Toch stuit Juana in de daaropvolgende jaren bij elk contact met de overheid op haar dood; het verlengen van een paspoort en het aanvragen van subsidies is alleen mogelijk met een attestatie de vita. Voor alle instanties is ze gestorven, behalve voor de bank, die de hypotheek van haar rekening blijft afschrijven.
In april 2016 komt Juana erachter dat ze sinds 13 mei 2010 op het kerkhof Parcemasa San Gabriel ligt, ten oosten van Malaga. Een medewerker van de gemeente vertelt haar dat haar familie de grafkosten niet heeft betaald. Daarom is na het verstrijken van de wettelijke periode het graf leeggehaald en zijn haar botresten gedeponeerd in een knekelhuisje, nis nummer 4938. Juana zegt dat ze geen enkele binding heeft met Malaga, ze snapt niet hoe ze op dat kerkhof terecht is gekomen.
De dode vrouw in nis 4938 werd levenloos in bed gevonden door haar partner. Hij waarschuwde de autoriteiten. Een arts stelde dood door ademhalingsfalen vast. In het huis zochten politieagenten naar documenten die moesten uitwijzen wie de vrouw was. (Ik zie het voor me: ze graaien in lades en stapels ondergoed, met de punten van hun schoenen tillen ze tapijten op, hun ogen haken in papieren en formulieren.) De politie vond geen enkel document met de naam van de dode vrouw, maar haar partner identificeerde haar en zei: ‘Ja, dat is mijn vriendin. Haar naam is Juana Escudero Lezcano.’
Juana denkt dat de dode vrouw haar oudere zus is, die dezelfde initialen heeft als zij. Ze heeft al jaren geen contact meer met haar. Ik kan er niet achter komen hoe haar zus heet. Jimena, Javiera, Julia?
Gedurende een aantal maanden is er geen nieuws over Juana, maar op 20 september 2017 lees ik dat ze bij de rechtbank in Malaga een verzoek heeft ingediend in voor het openen van haar tombe, om te achterhalen wie erin ligt. Ook wil ze dat haar doodverklaring wordt herzien.
Ik stel het me voor, doodverklaard te zijn. Zou ik ’s ochtends vroeg, tussen droom en werkelijkheid, mijn graf voor me zien, mijn naam en sterfdatum in steen gebeiteld? Zou ik denken dat het een teken was, dat de werkelijke dood niet lang op zich zou laten wachten nu ik in de basisadministratie al geregistreerd stond als zijnde overleden? Kreeg ik last van achtervolgingswaanzin, vermoedde ik magere Hein op elke straathoek, achter elke deur?
Maar ik ben niet doodverklaard, ik sta aan de andere kant van de vangrails en ik zoom elke avond in op het ongeluk van een ander. Naast een van de krantenartikelen staat een foto van Juana op het kerkhof, voor haar tombe. Een frons tussen haar wenkbrauwen, goudkleurige ringetjes in haar oren, een opgeheven kin. Ik had graag de blik in haar ogen gezien – lag er vermoeidheid in, vastberadenheid, woede? – maar ze draagt een zonnebril. Haar haren zijn naar achteren gekamd, ik vermoed een strakke knot op haar achterhoofd.
Op 19 oktober vermeldt een artikel in El País dat de rechtbank in Malaga na een juridische strijd van zeven jaar de dood van Juana ‘heeft geannuleerd’. (Vluchten die gecanceld worden wegens hevige sneeuwval, een afspraak die wordt afgezegd vanwege onvoorziene omstandigheden). Ik stel me de woorden van de magistraat voor: uw verzoek is ingewilligd, uw dood is geannuleerd, excuses voor het ongemak.
De uitspraak van de rechter komt een dag na de opening van de tombe. Monsters van botresten en haren van de dode vrouw moeten uitsluitsel geven over haar identiteit. Het genetisch materiaal zal worden vergeleken met het DNA van Juana en dat van haar neef, zodat kan worden vastgesteld of de dode vrouw haar zus is, of niet.
Ook wordt er onderzoek gedaan naar de man van de overleden vrouw. Waarom hij zijn partner identificeerde als Juana Escudero Lezcano is ‘nog niet bekend’. Wat was de reden? En waarom zien de zussen elkaar niet meer?
Ik hou mezelf voor dat ik de Spaanse kranten lees om nieuws te vergaren over de gevolgen van de verkiezingen in Catalonië, over Puigdemont in Brussel en de Jordi’s in de gevangenis, maar mijn ogen dwalen voortdurend af naar de korte berichten, columns in de hoeken. Ik wil het niet, toch tikken mijn vingers ’s avonds laat in google steeds opnieuw Juana Escudero Lezcano in, en dood, zus, familie, verdwijning, maar zelfs op de vijftiende pagina levert geen van die combinaties informatie op over de reden van de verwijdering.
Is het begonnen met voorval in hun jeugd, zo onbeduidend dat het destijds niets leek te betekenen? Groeide een ruzie in de loop van de jaren uit tot een vete, die ertoe leidde dat Jimena, Javiera, Julia op een avond in bed in het donker naar het plafond staarde en tegen haar partner fluisterde dat hij haar na haar dood moest identificeren als Juana Escudero Lezcano, lief, verbrand dan mijn paspoort, versnipper mijn rijbewijs, dat zal haar leren.
Ik weet het niet. Ik weet zelfs nog niet of de dode vrouw inderdaad de zus is van Juana. Binnenkort worden de resultaten van het DNA-onderzoek bekend gemaakt. Misschien komt er dan ook duidelijkheid over de reden van de doodverklaring van Juana Escudero Lezcano. Tot die tijd blijf ik ramptoerist.