10 april 2018

Feng Shui

By In heinde 6 min

Voorjaarsschoonmaak: daar deed ik niet aan. In de weekenden zwaaide ik met de stofzuigerslang en spetterde ik wat met water, en op de eerste lentedag van het jaar deed ik een extra scheut allesreiniger in het sopje. Meer leek mij niet nodig; we stookten in de winter tenslotte niet meer met kolen waardoor in het voorjaar het teer van de ruiten moest worden geschrobd.
Maar: ik had wél zo’n richeltje tussen het aanrechtblad en het fornuis waar regelmatig rauwe stukjes kipfilet tussen vielen, en een scheut olijfolie, sperziebonen en slierten spaghetti, die de hele winter gezamenlijk schimmelend op de grond lagen. In de koelkast lag een pakje ranzige boter, een groen uitgeslagen citroen, een pak melk over datum. En dan had ik het nog niet over die meeuwenflats op het raam, de kalkaanslag in de waterkoker, wolkjes stof onder de bank.
Met tegenzin zo fris als een lentebriesje, begon ik tóch aan een grondige schoonmaak. Ik mokte en mopperde, tot ik een artikel las over feng shui. Toen kreeg ik de geest. Bij het artikel stonden foto’s van propere woonkamers met spinragvrije plafonds en slaapkamers met eeuwig bloeiende orchideeën. Zo’n huis was niet alleen opgeruimd, de chi stroomde ook vrijelijk door de ruimtes, de liefde vloog door de openstaande ramen naar binnen en het geld groeide wél aan de appelboom in de tuin, daar kon geen misverstand over bestaan.
Bij het artikel stond een bagua-kaart; een plattegrond met negen zones die je op je huis kon leggen. Mijn voorjaarsschoonmaak begon aldus met het bestuderen van de betreffende feng shui wijzer en mijn woonkamer. Mijn kenniszone lag in de tuin. Mijn familiezone lag in de boekenkast, en mijn carrière in de keuken (dus toch het aanrecht, tja). Ik had ook bepaalde ‘missing zones’; zo ontbrak mijn geldzone (dat wist ik al) en mijn liefdeszone lag in de verkeerde hoek (ook dat verbaasde me niets).
En dan waren er nog de vijf elementen; water, vuur, aarde, hout en metaal moesten in de juiste balans aanwezig zijn, zo niet, dat was er sprake van een destructieve cyclus. Nu had ik wel een houten tafel, aarde in de plantenbak, water uit de kraan, en een brandend kaarsje voor het vuurelement, maar ik vreesde dat metaal zwaar was ondervertegenwoordigd.
Niet getreurd! Met enkele basisprincipes kon ik volgens de schrijver van het artikel best aan de slag. Dus: ik pakte de stapels papieren die al maanden op de trap lagen nu eens mee naar boven zodat de energie eenvoudig omhoog kon stromen. Ik deed de wc-deksels naar beneden, plukte haren uit het doucheputje, haalde het hoopje schoenen weg voor de deur zodat mijn gasten niet langer struikelend binnen zouden komen, ik sleepte de bank naar een raamloze muur, verschoof plantenbakken naar de gezondheidszone, prikte een tieneurobiljet op de muur voor meer geld, maakte een altaar om het gebrek aan een liefdeszone te compenseren, toverde een pollepel (metaal!) uit de ladekast, opende ramen en deuren voor nieuwe chi, ik keerde lades om, haalde kasten leeg. Pas toen ik op het punt stond om de verdorde berk van de achterbuurman om te zagen die mijn kenniszone blokkeerde, overzag ik plotsklaps het slagveld in mijn woonkamer: veel rommel, lege dozen, hopen kleding, verdorde planten, wolkjes stof. Op tafel doofde een waxinelichtje door een te dynamische energiestroom.
Ik had, kortom, een verstoorde chi in mijn huis, een verkeerde water-vuur balans, niet alleen ‘missing zones’ maar ook ‘missing papers’, en zeer destructieve neigingen. Uit pure frustratie graaide ik de laatste chocolade-eitjes uit de kast en vermaalde ze driftig met mijn kiezen, in het midden van de kamer.
Mijn gezondheidszone, godzijdank.