10 mei 2018

Verhit

By In heinde 3 min

Zomerse temperaturen op een lentedag: strandpaviljoen, kletsende slippers over houten planken, krijsende meeuwen, de geur van zonnebrandcrème, zomerjurkjes, zandkorrels, schepjes, emmers, zandkastelen.
Aan een lange houten tafel aan de rand van het terras zat een groep: hier werd de mooiste dag besproken. Met een ballpoint in de hand zette de manager de mogelijkheden voor een huwelijk aan zee uiteen, haar collega maakte aantekeningen op zijn laptop. De bruid in spé likte gesmolten chocola van een zilverpapiertje. Haar toekomstige man schraapte de schuimlaag van de cappuccino. Ze leken rustig te blijven onder de tientallen keuzes die hen nog te wachten stonden; bloemen op tafel of niet, lampionnen of lichtjes, buffet of geserveerd vijfgangenmenu, chocoladedessert of aardbeienmousse?
Naast het paviljoen, tegen een achtergrond van wuivend helmgras, stond een tiental jongeren in een cirkel. Hun foamboards lagen naast hen op de grond. Enthousiast gebarend gaf de mentor uitleg. Hij had het bovenste gedeelte van zijn wetsuit afgestroopt tot zijn middel. Strengen blond haar plakten tegen zijn voorhoofd, zandkorrels bedekten zijn schouders.
Een briesje bracht woorden en zinnen:
‘Peddelen…’
‘Ga nu zélf maar even een kasteel bouwen.’
‘Trek je een shirtje aan?’
‘Oefenen…’
‘Jawel, mama smeert je even in.’
‘Een cappuccino, alsjeblieft. Of nee, doe maar een witte wijn.’
‘Waar is mijn zonnebril?’
De zon scheen nu loodrecht op de bruiloftsbespreking. In de hals van de vrouw parelde zweet. Haar aanstaande drukte zijn strohoed strakker op zijn hoofd.
‘Schat, ze zien helemaal niet dat die touwtjes bruin zijn. Ze zien alleen de lampionnen.’
‘We kunnen nog even bellen om na te vragen of ze ook witte hebben,’ zei de manager. Ze knikte naar haar collega, die driftig tikte op het toetsenbord.
Met een surfplank onder de armen liepen de jongeren naar de branding van de zee, zandkorrels stoven op onder hun ferme voetstappen. De zee was spiegelglad, de golfjes kabbelden.
Gulzig lebberden honden water uit de emmertjes in de hoek. Iemand verloor een slipper, een kind, en daarna duurde het niet lang voordat de opgeblazen ballen leegliepen, peuters jengelden, handdoeken werden uitgeklopt.
‘Erik, ga jij vast naar huis met de kinderen?’
‘Wij wachten al een half uur op onze drankjes.’
‘Papa zei néé.’
‘Ineens wil iedereen ijsthee, mevrouw. Het komt er zo aan.’
‘Ja, neem Leentje ook maar mee.’
In de zee vielen de eerste surfers van hun foamboard.
Een hond stormde door een zandkasteel.
‘En zijn de obers mooi?’ vroeg de bruid aan de manager.
‘Wat?’ zei haar toekomstige man.
Ja, zomerse temperaturen werden behaald, maar we waren alweer snel aan verkoeling toe.