21 mei 2018

De villa en het Torentje

By In heinde 6 min

De villa stond in de schaduw van paardenkantanjes, in een van de bochten van Plein 1813, het onafhankelijkheidsplein in Den Haag, op de kruising van de Alexanderstraat en de Sophialaan.
Een tram reed piepend door de bochten. Aan de overzijde van de villa wachtte een meisje op haar fiets. Ze plukte aan haar staart, en keek snuivend de laan uit. Ik vermoedde dat haar vriendje te laat was. Verderop rookte de chauffeur van een zwarte Mercedes voor het Carlton Ambassador hotel.
Het gras voor de villa was kniehoog. Aan de linkerzijde van het gazon bloeiden rododendrons, en rechts ervan lag een breed pad van kiezelstenen dat leidde naar de villa, met witgepleisterde muren en kozijnen die wel een likje verf konden gebruiken. De bladerden ritselden, een briesje joeg bloesem de lucht in, de ramen op de eerste verdieping weerspiegelden de deinende takken.
Binnen stelde ik me krakende planken voor, verweerde spiegels in een hal van marmer, spinrag in vitrages, gietijzeren trapleuningen met vijgebladeren. Maar zeker wist ik het niet; de markiezen waren weliswaar opgetrokken, maar de luiken voor de ramen op de begane grond waren gesloten.
Het grindpad was provisorisch afgesloten met een ijzeren hekwerk waar een slot omheen was geklikt. Het zou niet moeilijk zijn het hek enkele centimeters te verplaatsen en er zijdelings door te stappen, over het grindpad naar de deur te wandelen om door kieren en spleten naar binnen te loeren. Maar ik bleef staan; op luttele meters afstand stond een politiehuisje met geblindeerde ramen. Het was niet ondenkbaar dat ik vanachter dat glas in de gaten gehouden werd. Wie weet was ik inmiddels geplaatst op de zwarte lijst van verdachte figuren.
De villa lag er stil en verlaten bij, en was gedoemd tot schimmel en houtrot als niet op korte termijn iemand verantwoordelijkheid nam. In vredesnaam, dacht ik, laat iemand het gras maaien, de luiken en ramen openen, en de houten vloeren in visgraatmotief afnemen met een sopje van groene zeep. Wat moest er van zo’n villa terecht komen?
De eigenaar van het naastgelegen pand wist het wel. Dat buitenverblijf was zojuist opgeknapt; de ramen blonken in de zon, de kozijnen stonden strak in de lak. Bij het hek vermeldde een blauw bord de naam van de makelaar en een prijs: te huur voor 8000 euro per maand, exclusief. Voor dat bedrag had de huurder 246 vierkante meters tot zijn of haar beschikking, met drie slaapkamers, twee badkamers, en een terras en een tuin bovendien.
Thuis ging ik op zoek naar de geschiedenis van mijn verblijf. Het was aan het eind van de negentiende eeuw gebouwd, en droeg het laatste nummer van de vier villa’s op het plein. In 1936 waren er 36 kastanjes geplant. In de Tweede Wereldoorlog werden ze omwikkeld met prikkeldraad om te voorkomen dat ze zouden worden gekapt. Van 1942 tot 1946 zetelde in het gebouw het Ministerie van Algemene Oorlogvoering van het Koninkrijk, die tijdens de oorlog een groot deel van de taken van het Ministerie van Algemene Zaken waarnam. Dit verblijf, las ik, kon worden beschouwd als de voorloper van het Torentje.
Welnu, het is duidelijk wat er met de villa moet gebeuren! Wanneer in 2020 het Binnenhof gedurende vijf jaar wordt gesloten vanwege renovatie, krijgt Algemene Zaken ‘waarschijnlijk’ onderdak in het Catshuis. Dat is wel ver van de Tweede Kamer, die naar het ministerie van Buitenlandse Zaken verhuist. Waarom gaat de premier niet zetelen in deze villa nummer 4 aan het Plein 1813? Op fietsafstand van het centrum, op enkele meters van de tramhalte en met uitzicht op een laan met paardenkastanjes. Bovendien symbolisch gelegen aan het plein waarvan het monument in het midden herinnert aan de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden. Ja, de toekomst van de villa was een uitgemaakte zaak.