30 mei 2018

Vlieg

By In heinde 3 min

De metallic groene vlieg zet haar eieren af in rottende kadavers of mest. Sommige dringen als parasiet via wonden het menselijk lichaam binnen. Ze kunnen ziekten overbrengen. Deze bromvlieg behoort tot de calliphoridae, familie uit de orde Diptera, met vele verschillende geslachten. Af en toe vliegt er eentje door de openslaande deuren bij mij naar binnen, zo’n vlieg die me met haar mateloos irritante gebrom van mijn werk houdt.
Vroeger hing er in de zomer een vliegengordijn voor onze achterdeur, plastic linten van verschillende kleuren die niet alleen voorkwamen dat insecten naar binnen vlogen, maar er ook voor zorgden dat wij kinderen niet naar buiten renden; als je dat wel deed haakte er een geheid een lint achter je rugzak, of, in dramatischer gevallen, wikkelde het zich om je nek.
Mijn grootouders hadden geen gordijn voor de deur, maar een vliegenvanger boven de eettafel, een kleefband die als een spiraal boven de pan met gehaktballen bungelde. Er kleefden dode vliegen aan, of halfdode.
Enkele vliegen wilden maar niet tegen de kleefband aan botsen. Ze maakten hun vleugels schoon op de rand van een glas water, vlogen rakelings langs een bal gehakt, zoemden boven de pan met jus. Het duurde niet lang voordat mijn oma haar stoelpoten naar achteren schoof, opstond en van de stapel Story’s en Privé’s in de hoek van de keuken een mepper griste en met een enkele beweging de vlieg uit de lucht sloeg. Ze miste nooit.
Ik heb geen insectengordijn of vliegenvanger. Ik heb ook geen oplaadbare elektrische mepper, geen hordeuren en raamhorren. Daarom cirkelen de vliegen voortdurend in grote of kleine getalen door mijn woonkamer. Omdat ze zelden zelf de uitgang vinden, probeer ik ze eerst te helpen door ze met zachte hand en lieflijke zwaaibewegingen de kamer uit te jagen.
Als dat niet lukt vouw ik de krant op en ren ze achterna, en mep ze tot de dood van de vlieg erop volgt. Voorheen leidde dat geren tot slingerende lampen, omgevallen stoelen en blauwe knieën, maar steeds vaker is het de vlieg die het onderspit delft. De afgelopen weken ben ik er behoorlijk bedreven in geworden, al zeg ik het zelf.
Aan het eind van de dag vind ik vleugeltjes tegen de koelkastdeur, een pootje hangend aan het raamkozijn, of een platgeslagen vlieg op de voorpagina van de krant. Maar de meeste liggen op de houten planken in de woonkamer, of op het zeil in de keuken. Soms blijft er een lijkje plakken aan mijn voetzool.
Door al dat gemep word ik wel voortdurend herinnerd aan mijn slechtheid; zie wat een slachtveld, en het gaat al zo slecht met de insecten, nog even en de vogels hebben niets meer te eten, de huiszwaluwen zijn al gehalveerd, de zoogdieren decimeren, en dan sterven we allemaal uit. Voor je het weet ben je in een moreel dilemma verzeild geraakt, of in een depressie.
Misschien is een vliegengordijn toch zo’n slecht idee nog niet.