30 juli 2018

Eclips

By In heinde 3 min

De maan zou rond half tien aan de horizon verschijnen, en, zo had ik uitgerekend, rood kleuren als ze precies naast de kerktoren stond. Behalve de maan zouden we, vanaf het balkon van een vriendin, op de vierde verdieping, in het westen ook Venus zien flikkeren, en Mars, Jupiter en de ringen van Saturnus bovendien.
Een bloedrode maan was een troostprijs, na dagen waarin ik hijgend trappend beklom, mijn tong op mijn voeten hing, het zweet in gootjes over mijn lichaam liep en uitmondde in een delta aan mijn voeten.
Om half tien stonden we klaar. Onder ons reden auto’s, een fiets werd op slot gezet. Op de hoek ontkurkte de ober van een Italiaans restaurant een fles wijn, glazen werden volgeschonken, Italiaanse kreten kropen via de muren omhoog.
‘Het is bewolkt,’ zei mijn vriendin.
Ik keek over de daken uit, richting de kerktoren. De klok was nauwelijks te zien. Grijs en grauw waren de wolken.
‘We moeten geduld hebben,’ zei ik.
‘En westenwind,’ zei mijn vriendin.
We lurkten aan een glas meloensap, onze kaken vermaalden chips.
‘Is het wel vandaag?’ vroeg ze.
‘Ik weet het bíjna zeker,’ zei ik.
Ze scrolde door haar mobiel.
‘Van half tien tot kwart over elf. De maan heeft nog drie kwartier om tevoorschijn te komen,’ zei ze.
Beneden, bij een Italiaans restaurant zaten mensen op het terras. Naar boven keken ze niet. Voor hen, naast de glazen wijn, lagen halve manen, kwart manen. Op sommige borden was de maan al geheel verduisterd. Wij staarden naar de lucht, graaiden in de zak chips.
‘Het wordt donker,’ zei ik.
‘Het is een verduistering,’ zei ze.
‘Het is een wolk,’ zei ik.
‘Een wolk is ook een verduistering,’ zei ze.
We knepen onze ogen samen. De eclips zagen we niet, maar misschien konden we glimp opvangen van de rode gloed achter de wolken.
‘Ik voel iets,’ zei ik. ‘Een druppel!’
Boven ons pakten wolken samen. Als we niet de volledige maansverduistering konden zien, en zelfs geen rode gloed, dan hadden we toch tenminste recht op een verfrissende hoosbui met onweer en een temperatuurdaling van vijftien graden.
We praatten, dronken nog meer meloensap, in de zak zochten mijn vingertoppen naar kruimels. Af en toe viel er een druppel op onze armen, handen. De gasten van het restaurant rekenden af en fietsten naar huis.
Om kwart over twaalf kwam de maan geel en geheel rond achter de wolken tevoorschijn. Venus bleek een vliegtuig, Mars een knipperende satelliet, de ringen van Saturnus die we meenden te zien, bleek een ballon, en de regen die we wisten dat zou komen, was de natte flats van een meeuw die boven onze hoofden cirkelde.
Ja, het was genieten, kijken naar de eclips.