21 oktober 2020

Literatuur

By In heinde 1 min

‘Literair?’ vraagt de vrouw.
‘Dat ben ik toch!’ zegt haar vriendin.
‘En die bijeenkomst gaat over dat moeilijke boek?’ De vrouw schuift heen en weer op het bankje onder de kastanjeboom. Met een zwaai werpt ze haar sjaal om haar hals. Naast haar staat koffie in een bekertje.
‘Er is ook een zangeres bij,’ zegt haar vriendin. Ze scheurt een pak speculaas open en legt die tussen hen in.
‘Oh,’ zegt de vrouw. ‘Het is dus ook culturéél. Nou, ik heb daar geen zin in, in zware boeken. Ik heb dingen nodig die me oppeppen. Vroeger had ik dat al. Dan luisterde ik op de radio naar al dat nieuws over ongelukken en vermiste kinderen…’
‘Je hóéfde niet te luisteren.’
‘Maar ik luisterde dus wél,’ zegt de vrouw. ‘En de rest van de dag stelde ik me dan voor hoe het met zo iemand zou zijn, alleen in het ziekenhuis. Of met zo’n kind verdwaald in het bos. Daar werd ik zo naar van, van binnen.’
De vrouw pakt een speculaaskoekje uit het pak en bijt er de helft vanaf. Met vlakke hand veegt ze de kruimels van haar broek. Haar vriendin scheurt zwijgend een zakje open en roert de suiker door de koffie.
‘Van mij mag je naar zo’n bijeenkomst om over zo’n zwaar onderwerp te praten, hoor, maar geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om zelf te gaan. Ik word daar zó somber van, zó depressief.’
‘Nou,’ zegt haar vriendin. Ze sluit haar ogen en draait haar gezicht naar de herfstzon. ‘Daar heb ik gelukkig totaal geen last van.’