19 maart 2021

Vertaler Russisch

By In media 4 min

“Zeilen vind ik heerlijk,” zegt vertaler Russisch Otto Gooiker. Op het prikbord in de woonkamer hangt een foto van hem, als jongen, op een middelgrote open zeilboot. “Een zestienkwadraat. Ergens op de Friese meren.”
Hij herinnert zich zijn eerste zeilervaring nog goed. “Een van die schoten – je mag het geen touwen noemen – bleef haken achter een paal. Dan kan je niet meer sturen, dus ik schoot alle kanten op, om die paal heen. Gelukkig waaide het niet zo hard.”
Deze zeeheld, geboren in Amsterdam, voer niet alleen over de Friese meren, maar deed ook Nijmegen, Zwolle en Haarlem aan voordat hij zijn anker uitwierp in Den Haag. Hij heeft er nu zijn vertaalbureau Russisch en Oekraïens aan huis. Boven de ensuite deuren hangen portretten van Russische auteurs als Gogol, Dostojevski, Toergenjev. Landkaarten van Rusland en Oekraïne liggen op de grond. Op de tafel de nieuwste editie van de Dikke Van Dale en het Groene Boekje.
Hij loopt de kamer uit en schuift me even later een curriculum toe, waarop hij in het kort een lang leven heeft samengevat. ‘Zo, waar wil je het over hebben?’
Priester zou hij worden, maar op zijn vijfentwintigste, na zijn studie theologie en filosofie, sloeg hij een andere richting in. Hij besloot Nederlands te studeren en later Slavistiek, als hobby. Hij werkte onder andere als uitgever en als docent Nederlands. Niet alleen in Wassenaar, maar ook duizenden kilometers oostwaarts, in Moskou, waar hij les gaf aan toekomstige diplomaten op een gerenommeerde universiteit voor internationale betrekkingen. Hij stond voor de klas, en zat achter de kassa, want met zijn ondernemende neef had hij er een autowasserette.
Terug in Den Haag startte hij, twintig jaar geleden, zijn vertaalbureau Sloezjba. Veel diploma’s, juridische vertalingen – ‘daar kan je leuk over discussiëren’. Onlangs is zijn lidmaatschap van het register voor beëdigde vertaler en tolken verlengd tot januari 2024. Laat hij het daarna nog een keer verlengen? ‘Nee,’ zegt hij beslist. ‘Dan stop ik ermee.’
Klanten komen vaak ’s ochtends, wanneer het Russische consulaat en de ambassade van Oekraïne open zijn. Met de te vertalen papieren kloppen ze bij hem aan. Als het dringend is, gaat hij meteen aan de slag en wachten zij aan de tafel in woonkamer, met uitzicht op de tuin.
Op de muur, achter in deze diepe tuin, een trompe-l’oeil van Piet de Haan; een ladder, en de schildering van een raam met daarbinnen een blauwe lucht en witte wolken. In het najaar heeft hij appels en peren uit eigen tuin, voor de vogels hangen er vetbollen. Via het kattenluikje slepen zijn twee poezen weleens een prooi mee naar binnen. In de boekenkast staan een opgezette specht en roodborstje. ‘Eigen tuin, eigen productie.’
Tijdens het interview staat hij regelmatig op om iets te laten zien; een krantenknipsel, een foto van zijn twaalf broers en zussen, zijn boeken – ‘ik lees gigantisch veel’ – met vraagtekens en aantekeningen op de bladzijden achterin. Zijn kritische blik leverde hem een bedankje op van professor Van den Baar in zijn voorwoord van het woordenboek Russisch. ‘En weet je wat ik ook leuk vind? Stel dat ik me verveel – ik verveel me nooit, maar stél.’ Hij pakt de Dikke Van Dale. ‘Dan gooi ik dit open en lees ik het woordenboek.’
In Amsterdam ‘komt hij thuis’, maar hij is inmiddels ook aan Den Haag gehecht geraakt. Hij woonde aan de Apeldoornselaan, Jacob van der Doesstraat , Tweede de Riemerstraat, en nu alweer zeven jaar aan de Vondelstraat.
‘Ik ken het Zeeheldenkwartier heel goed, maar ik moet bekennen dat ik niet zo’n sociaal mens ben,’ zegt hij. ‘Ik hoor vaak dat ik zo ernstig kijk. Dat klopt wel, ik ben niet zo bezig met mijn omgeving. Ik geniet wel, maar ik praat nooit met mensen op straat.’ En dan: ‘Misschien moet ik maar eens een regelmatige stamgast worden bij Café Vondel.’
Maar hij moet zeggen, het Zeeheldenkwartier wordt steeds leuker. De huizen die worden opgeknapt, de winkels in de Piet Heinstraat. Hij gaat graag langs bij kruidenierszaak Mikros, of maakt een Russisch praatje bij het Georgische restaurant Suhumi. En dan de Franse tuin, achter het Paleis Noordeinde, waar teksten van Spinoza in neonletters oplichten. ‘Nee, ik ga hier niet meer weg, waarom zou ik?’
Nou ja, misschien verhuist hij in de toekomst nog een keer. ‘Ik heb nog één wens in mijn leven; een huis aan het water.’ Een kanaal of een rivier, waar hij schepen kan zien, containerschepen of zeilboten. Als het maar door het water glijdt.

Dit interview met vertaler Russisch Otto Gooiker werd eerder gepubliceerd in het Zeeheldennieuws #1, 2019.