7 augustus 2016

Diamant

By In heinde 5 min

Voor een winkel in de Passage stond een jongeman in pak en stropdas. In zijn haar glom gel. Hij wenkte me, in zijn andere hand hield hij een tubetje omhoog. Op een drafje liep ik naar zijn uitgestrekte arm, want misschien kreeg ik wel iets gratis.
‘Do you like diamonds?’ vroeg hij.
‘I love diamonds,’ zei ik hebberig.
‘What’s your name?’ vroeg hij.
Ik stelde me voor.
‘Esther,’ zei hij. Hij pakte mijn vingers en maakte een lichte buiging, even dacht ik dat hij mijn hand zou kussen. ‘You are a diamond yourself.’
Uit zijn broekzak haalde hij een vierkant blokje tevoorschijn waarvan de vlakken verschillende tinten grijs hadden. Hij draaide mijn linkerhand en vijlde mijn duimnagel met lichtgrijs.
‘What’s your favorite war?’ vroeg hij.
War?’ vroeg ik.
‘Oh, Esther, no!’ zei hij. Hij schudde zijn hoofd. ‘What’s your favorite word?’
‘Diamond,’ zei ik. Ik glimlachte zoetjes.
‘Of course, Esther.’ Hij knipoogde.
Hij draaide het blokje een kwartslag en vijlde mijn duimnagel met donkergrijs.
‘Now!’ zei hij.
Nu ging hij een diamant op mijn nagel plakken! Zoveel was zeker: over tien minuten hing ik thuis met mijn duim boven een stomende fluitketel om de lijm los te weken en de verkregen kwart-karaat diamant in te leveren bij de juwelier om de hoek, zodat ik me de aankomende jaren volledig kon richten op het geschreven woord.
De jongeman plakte niets. Hij draaide het vlak nog een kwartslag, vijlde, en stapte achteruit. Mijn duimnagel schitterde in de zonnestralen die door het glazen plafond naar binnen vielen, maar stak toch een beetje flets af in vergelijking met de gedroomde diamant.
‘Sjonge,’ zei ik.
Hij pakte het tubetje en behandelde mijn nagelriemen. Met een andere crème gaf hij een lik op de rug van mijn hand. Ik hield mijn hand omhoog, alsof ik hem een pootje gaf, maar het was de bedoeling dat ik zelf mijn huid insmeerde.
‘Esther,’ zei hij toen de crème was ingetrokken Hij keek me diep in de ogen. ‘Hoe voelt dit?’
‘Goed hoor,’ zei ik.
Hij troonde me mee naar het sta-tafeltje twee meter verderop. Daarop stond een met zwartfluweel bekleed doosje met de vijl en aan weerszijden twee tubes crème, gemaakt van kristallen uit de dode zee, voor verzorging van handen en nagelriemen.
‘Zomeraanbieding.’ Hij hield het doosje schuin. ‘Vijfenveertig euro.’
Geen geld voor handen van satijn en diamanten nagels.
‘Ik moet thuis de afwas nog doen,’ zei ik. ‘Het onkruid moet nog worden gewied en de kozijnen geschilderd.’
‘Oh, Esther, no!’ zei hij.
‘I’m sorry,’ zei ik. ‘Maar eigenlijk is gratis mijn favoriete woord.’