25 september 2016

Omweg in Phnom Phen

By In verre 5 min

Phnom Phen heeft geen straatnamen, maar straatnummers. De stad was op het gemeentehuis ingedeeld volgens een of andere mathematische formule met enge symbooltjes en griezelige getallen. De uitkomst van die formule was als volgt: de horizontale straten hebben even nummers, en de verticale oneven. De vraag was: welk nummer te geven aan straten die diagonaal lopen, en wat te doen met bochtige lanen en meanderende straatjes?
Mijn pension stond in straat 141. Ik dacht dat haaks daarop, in het verlengde ervan of parallel eraan nummer 142 moest zijn, maar toen ik mijn straat uitliep kwam ik uit op nummer 267, die kruiste met 31 en 357. Straat 142 lag drie kilometer verderop.
Ik wandelde de hele dag door onoplosbare wiskundige formules. Om te voorkomen dat ik in de duisternis door schimmige straatjes met nummer 666 moest lopen, besloot ik ’s avonds een taxi  terug te nemen naar mijn pension.
‘Tuktuk?’ vroeg ik aan een man.
‘No tuktuk,’ zei hij. Hij wees naar zijn brommer die geparkeerd stond tegen een boomstam. ‘Moto.’
‘Ook goed,’ zei ik. ‘You know street 141?’
Hij wist het niet precies, maar wel ongeveer. Voordat ik kon uitleggen dat mijn straat zich ergens bevond ten noordoosten van 982 en parallel aan 67, bemoeiden ook de andere tuktuk- en brommer-  en taxichauffeurs die zich onder het bladerdek van de boom hadden verzameld, zich ermee. Er werd met handen gezwaaid en met vingers gewezen.
‘I know street 141,’ zei mijn brommerchauffeur uiteindelijk. ‘Let’s go.’
We reden noordwaarts, langs winkelcentra, reclameborden voor horloges van Givenchi en parfum van Bvulgari. Mijn brommerchauffeur wapperde met zijn hand als hij wilde afslaan, scharrelde half lopend tussen auto’s door of reed tegen het verkeer in teneinde mij zo snel mogelijk bij mijn pension in straat 141 af te zetten.
Prinsheerlijk zat ik achterop. Dit ritje maakte alles goed wat ik op de middelbare school had moeten ontberen. Destijds gingen de Puchs van de popiejopies aan mij voorbij, want achterop zaten alleen slanke stoten in strakke spijkerbroeken met wapperende haren, geen meisjes met brilletjes met jampotglazen. Die meisjes bleven achter in het fietsenhok in een wolk van uitlaatgassen en reden op een gammele fiets door het dorp naar huis, met een leren tas die voortdurend onder de snelbinders vandaan viel.
Al snel leek mijn brommerchauffeur de weg kwijt te zijn. Hij zigzagde door de stad. Elke straat had haar eigen woning in afbraak, een gebouw dat in de steigers stond. Meer dan eens reden we onder een partytent door die midden op straat was neergezet. Elke straat had cafeetjes met plastic stoelen en restaurants.
Ik zag hem vertwijfeld om zich heen kijken. Het werd tijd om hem moed in te spreken.
‘Ik denk dat we in de buurt zijn!’ riep ik over zijn schouder.
‘Linksaf?’ vroeg hij.
‘Ik geloof van wel,’ zei ik, maar ik wist zeker van niet.
We stoven door de nacht. De hitte van de vrachtwagens die ons passeerden sloeg tegen mijn scheenbenen. Bussen raasden langs, er klonk getoeter, muziek langs de kant van de weg, geschreeuw, en af en toe draaide mijn chauffeur die zich half om en vroeg door zijn helm heen of ik iets herkende, een straat, een kruispunt, een boom desnoods.
Ik zei van niet, want ik wilde verdwalen. Als ik hem vaak genoeg de verkeerde kant opstuurde, zouden we urenlang door de nacht brommen, eerst nog in de geur van uitlaatgassen, langs vervallen villa’s en bankdistricten met gebouwen met gespiegelde glazen, maar allengs zouden we de geur van Aquilaria bomen opsnuiven en rijden langs rijstvelden en verstilde dorpen totdat we tegen het ochtendgloren langs de Mekongdelta in Vietnam tuften.
Ineens remde hij af. Aan het einde van een straat knipperde in neonlicht de naam van een pension. Ik probeerde hem nog de andere kant op te sturen, maar hij was zeker van zijn zaak. Piepend remde hij voor de ingang van mijn verblijf.
‘Sorry.’ Hij maakte met zijn linkerhand een kolkende bewegingen in de lucht. ‘We hebben een grote omweg gemaakt.’
‘Inderdaad,’ zei ik. Ik betaalde hem en gaf hem een fooi. ‘Bedankt!’