23 maart 2017

Duurzaam

By In heinde 4 min

‘Mevrouw!’
Een lange jongen in een rode jas kwam met gespreide armen op mij af, zijn spanwijdte was zo’n twee meter. Ik drukte me tegen een winkelpui, maar er was geen ontkomen aan. Toen hij voor mij stond, boog hij, zijn armen nog steeds gespreid, licht door zijn knieën.
Ik dacht dat hij wilde knuffelen.
‘Mevrouw,’ zei hij. ‘Bent u een beetje duurzaam?’
‘Eh ja,’ zei ik.
‘Oh ja?’ De jongen had zijn benen weer gestrekt en torende nu hoog boven mij uit.
Ik stond in zijn schaduw, met mijn rug tegen de pui.
‘Ik reis met de trein naar mijn werk,’ stamelde ik. ‘Ik heb een papierbak, ledlampen, een hoogrendementsketel!’
Hij knikte goedkeurend. Op zijn borstzakje stond Qurrent, zag ik nu.
‘Kent u…’ vroeg hij.
‘Ken ik,’ zei ik. Ik rechtte mijn rug. ‘Maar ik heb al een groene energieleverancier.’
Ik liep verder, maar dit kruispunt was het terrein van promotors van allerhande bedrijven, stichtingen en instellingen; een punt waar simkaarten door de lucht dwarrelen, kranten langs je oren fladderen, panda’s op bamboe knauwen en ter plekke windmolens en zonnecellen uit de grond rijzen, waardoor je voortdurend tegen de stroom in lijkt te lopen.
De jongen stond alweer naast me.
‘Mag ik…’ vroeg hij.
‘Liever niet,’ zei ik.
‘Hoeveel betaalt u?’ vroeg hij. ‘Als ik zo vrij mag zijn.’
‘Heel weinig,’ zei ik.
Dat kwam niet omdat mijn woning zo duurzaam is. Mijn huis heeft enkel glas, geen dakisolatie, en een kleine uitbouw opgetrokken uit betonnen platen en een laagje gips, en vele kieren en spleten waar, in het gunstigste geval, de zon doorheen schijnt, en in het ongunstigste geval, water en kou naar binnen stroomt. Tijdens mijn eerste winter in het huis ronkte de cv-ketel voortdurend zonder dat het warmer leek te worden, en na ontvangst van de eerste jaarrekening, die mij mijn zomervakantie kostte, zette ik de verwarming twee graden lager en schreed ik op koude dagen met vijf laagjes kleding en drie wollen dekens over mijn schouders gedrapeerd als Lodewijk de Veertiende door de kille vertrekken.
‘Heel weinig dus,’ zei hij. Hij hield zijn tablet omhoog. ‘Wilt u dan samen met mij kijken hoe weinig u bij Qurrent zou betalen?’
‘Nee, bedankt,’ zei ik. ‘Ik krijg al bos gecompenseerd gas en stroom opgewekt uit zon, wind en water.’
‘Qurrent is óók duurzaam,’ probeerde hij nog. ‘En niet duur.’
‘Dat geloof ik graag,’ zei ik. ‘Maar ik ben niet geïnteresseerd.’
De rode jas keerde zich van mij af.
Honderd meter verderop voelde ik me schuldig. Misschien had Qurrent wel snellere windmolens en betere zonnecellen dan mijn leverancier. Straks was ik verantwoordelijk voor het smelten van de laatste ijskap, voor die ene druppel die ervoor zorgde dat het water over de dijken stroomde, Nederland volledig blank stond, de wereld verging, waarna ik, als straf van bovenaf, tot in de eeuwigheid eenzaam ronddobberde in een rubberen bootje over een eindeloze watervlakte onder een brandende zon.
Even overwoog ik alsnog over te stappen, maar nee, ik liep, dat was ook een beetje duurzaam.