18 september 2017

Hoornvlies

By In vrij werk 3 min

Op een vrijdagavond zag ik in de spiegel een wit vlekje op de iris van mijn rechteroog. Toen ik had uitgesloten dat de vlek op mijn lens zat, trok ik een fles wijn open en googelde op de bank naar ‘witte vlek’ en ‘hoornvlies’. Na een half uur kwam ik tot een top tien van de meest gruwelijke oogziektes, die ik ongetwijfeld allemaal had. Voor de zekerheid scrolde ik daarna ook nog even door de pagina’s met afbeeldingen. Daar zaten zoveel afgrijselijke foto’s tussen van ontstekingen en beschadigingen dat ik opgelucht constateerde dat het met mijn oog nog wel meeviel. Enigszins opgemonterd dronk ik de rest van de fles wijn leeg en ging naar bed.

De volgende dag liep ik naar de opticien. Ze druppelde contrastvloeistof in mijn oog en bekeek het vervolgens met een blauw lampje.
‘Oh,’ zei ze.
‘Ja?’ vroeg ik.
‘U heeft een hoornvliesbeschadiging,’ zei ze. ‘Cornea erosie.’
Als ik het niet dacht. Slijtage van het oog, lapjes hoornvlies die aan mijn wimpers bungelden.
‘Het mag absoluut niet groter worden,’ zei ze.
‘Moet ik dan niet onmiddellijk naar de dokter?’ vroeg ik.
‘Misschien kunt u inderdaad beter even de huisarts bellen,’ zei ze.

Thuis belde ik de huisartsenpost. Er waren veertien wachtenden voor me. Alleen bij zeer dringende gevallen mocht ik de 1 intoetsen, for English please press 2, herhaalrecepten kon ik ook via de website aanvragen. Daarna zong Pavarotti een liedje. Na twintig minuten vroeg een vrouw waarmee ze mij kon helpen.
‘Ik heb cornea erosie,’ zei ik.
‘Wat heeft u?’ vroeg ze.
‘Hoornvliesbeschadiging,’ zei ik.
‘Ogenblikje’ zei ze. ‘Ik zoek het even op in de computer.’
Ze ramde op het toetsenbord. Op de achtergrond hoorde ik andere gesprekken.
‘U heeft cornea erosie,’ zei ze.
‘Juist’ zei ik.
‘Heeft u pijn?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Het voelt alsof er een stofje in mijn oog zit. Ik heb wel een witte vlek op mijn iris.’
‘Heeft u last van licht?’
‘Nee,’ zei ik.
‘Heeft u etter in uw oog?’
‘Nee,’ zei ik.
‘U heeft dus een zwarte stip op uw wang, ondraaglijke pijn en een etterend oog.’
‘Nee,’ zei ik. ‘Ik heb een witte vlek op mijn iris.’
‘Ogenblikje,’ zei ze. ‘Ik ga even overleggen.’
Pavarotti kraakte weer in mijn oor.
‘Ja, hallo, daar ben ik weer,’ zei ze. ‘De huisarts is het met me eens.’
‘Waarmee precies?’ vroeg ik.
‘Met huisartsbezoek kunt u wachten tot maandag, maar dat neemt niet weg dat ik u adequaat wil helpen. Daarom schrijf ik u druppels voor. Drie tot vijf keer per dag in uw oog druppelen. Ik zal het recept doorsturen naar de apotheek, dan kunt u het direct ophalen.’

Ik ging naar de apotheek.
‘Ik kom oogdruppels halen,’ zei ik tegen de vrouw achter de balie.
De vrouw verdween achter een hoge muur met lades. Ze kwam terug met een tubetje.
‘Dit zijn geen druppels,’ zei ik.
‘Zalf kan ook,’ zei ze. ‘Een keer per dag een beetje rondom uw oog smeren.’
‘Maar de huisartsenpost zei dat ik drie tot vijf keer per dag druppels in mijn oog moest druppelen.’
‘Oh nou,’ zei ze, ‘doet u dat dan maar.’

Het was zaterdagmiddag, dat zal het geweest zijn.